Toespraak Nationale Herdenking

Op dinsdag 4 mei jl. vond de jaarlijkse Nationale Herdenking plaats. Het thema luidde dit jaar: NA 75 jaar vrijheid. Wat heeft de afgelopen 75 jaar betekend? Hoe gaan we om met vrijheid? Hoe verantwoordelijk voelen we ons daarvoor en wat vraagt het aan inzet van onszelf en anderen? Dit jaar maken we de balans op: Waar staan we nu? Hoe vrij zijn we in 2021?

De Sliedrechtse herdenking werd vanwege de geldende corona-maatregelen vooraf opgenomen in de Dijksynagoge en, aansluitend op de nationale herdenking op de Dam in Amsterdam, uitgezonden op MerweTV. Burgemeester Jan de Vries legde bij het algemeen oorlogsmonument In Sliedrecht een krans. In zijn toespraak sprak hij zijn waardering uit voor de manier waarop in de Sliedrechtse gemeenschap wordt herdacht. Ook haalde hij een gedicht aan dat geschreven is door leerlingen uit groep 7 van de Henri Dunantschool voor de herdenking bij het Crossline monument.

U kunt de gehele uitzending hieronder terugkijken.

Toespraak burgemeester Jan de Vries Nationale Herdenking 4 mei

Ik was erbij
Ik was niet blij
Ik denk soms aan die tijd
Zonder vrijheid
Ze kwamen langs de deur
Voor gespeur
Ik was bang
Ik rende naar de gang
Ik ging onder de trap
Hoorde een stap
Ik hoorde gegil
Toen was het weer stil
Ik was bang

Beste Sliedrechters,

U denkt misschien, net als ik, dat dit aangrijpende gedicht is geschreven door een kind dat de Tweede Wereldoorlog heeft meegemaakt. Een gedicht vol spanning en angst, zoals alleen een kind dat kan verwoorden. Maar nee, het zijn de dichtwoorden van Jessy en Waylon uit groep 7 van de Henri Dunant School. Zij schreven dit gedicht bij de herdenking en adoptie van het Crossline Monument. Alsof ze zelf onderdeel zijn geweest van de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog.

Dit gedicht, en dat van alle andere leerlingen van deze school bewijst de waarde van herdenken. Kinderen kunnen anno 2021 zich verplaatsen in wat hun leeftijdsgenoten ruim 75 jaar geleden hebben meegemaakt. Terwijl er steeds minder ooggetuigen zijn die hun verhaal kunnen doorvertellen, zijn hun levensverhalen gelukkig wel opgetekend of letterlijk uitgetekend in een monument.

Als uw nieuwe burgemeester ben ik onder de indruk van de vele vormen waarin Sliedrecht de herinneringen levend houdt. In boeken, monumenten, adopties, herdenkingen, tentoonstellingen en vanzelfsprekend in de verhalen. Van generatie op generatie. Zo worden wij steeds opnieuw stilgezet bij de verschrikkingen die onze landgenoten en dorpsgenoten in de Tweede Wereldoorlog en in andere oorlogen hebben moeten doorstaan.
 
Met het verstrijken van de tijd vervagen onze herinneringen. Zo is dat in het algemeen. Waar het gaat om de Tweede Wereldoorlog heb ik de indruk dat het eerder andersom is. Hoe langer wij herdenken hoe meer die herinnering. Nog steeds doen wij nieuwe ontdekkingen, krijgen wij antwoorden op onze vragen en worden levensverhalen opgetekend.

Zoals de verhalen die zijn opgetekend in het onlangs verschenen boek ‘Liniecrossers, Frontkoeriers van het Verzet’. Of de verhalen over het bombardement op Sliedrecht van maandag 8 juli 1940. Zoals dat verhaal dat afgelopen week werd gepubliceerd in Het Kompas. De dramatische familiegeschiedenis van Neeltje en Andries. De slachtoffers van het bombardement krijgen zo voor ons allen een naam en een gezicht.

Al die persoonlijke verhalen blijven u en mij, en onze kinderen, misschien nog wel meer bij dan de geschiedenisboekjes op school. Het zijn persoonlijke verhalen, die een onuitwisbare indruk op ons maken. Waardoor wij bij wijze van spreken, met de kinderen kunnen zeggen: “Ik was erbij”.

Niet alleen door het lezen van persoonlijke verhalen maar ook door het bezoeken van historische plaatsen komen wij dichterbij de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog.

Daarom zijn de struikelstenen die in Sliedrecht liggen ook van grote betekenis. Daarop staan de namen van de Sliedrechtse Joden en de politieke gevangenen, die in de Tweede Wereldoorlog het leven lieten. Die stenen liggen bij de huizen waar zij woonden, zodat wij er over struikelen ‘met ons hoofd en ons hart’. Hun persoonlijke verhalen komen zo weer tot leven.

Door corona kunt u helaas vandaag de herdenking niet fysiek bijwonen. Deze woorden mag ik daarom tot u richten vanuit onze Dijksynagoge. Deze synagoge is ook zo’n historische plaats. Een tastbare herinnering aan de Sliedrechtse Joodse gemeenschap, die zulke verschrikkingen heeft doorstaan. Het is nu ook een plek waar Joden in vrijheid hun geloof kunnen beleven. Voor die vrijheid hebben onze voorouders gestreden en voor die vrijheid mogen wij nu ook pal staan.

De namen van de Sliedrechtse joden, die werden afgevoerd naar de vernietigingskampen en daar werden vermoord staan op een plaquette van ons oorlogsmonument, waar wij vandaag de kransen leggen. Ik mocht ze in de synagoge ook voorlezen. Indrukwekkend. Zo krijgen ook zij een naam en een gezicht.

Op ons oorlogsmonument staan ook de namen van de Sliedrechtse inwoners die in Indonesië hun leven hebben verloren. Al deze namen staan zo in ons collectieve geheugen gegrift.   
Zo krijgen de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog en andere oorlogen in Sliedrecht een naam en een gezicht.

Dat geldt ook voor de Merwedegijzelaars. Naast de fysieke monumenten is er het digitale monument. Op deze website kunnen wij lezen over alle individuele gijzelaars en die ook ‘in ons hart sluiten’. Dat heb ik gedaan met Aart Korevaar. De tweelingbroer van mijn schoonvader. Mijn schoonvader was al eerder opgepakt en doorstond ontberingen toen hij dwangarbeid moest verrichten in Duitsland. Zijn broer Aart wist aan de dwangarbeid te ontkomen, maar niet aan de razzia. Samen met honderden andere gijzelaars belandde hij in Kamp Amersfoort. Anders dan veel lotgenoten mocht hij door zijn ziekte terug naar huis en overleefde hij de oorlog. De tweelingbroers leven helaas niet meer, maar hun verhalen leven voort. In onze familie en in de geschiedenis van Sliedrecht.

Vorige week mocht ik de ‘moeder van het Rode Kruis’ in Sliedrecht, mw. Jennie Stam, een Koninklijke onderscheiding overhandigen. Haar persoonlijke verhaal deed mij denken aan de waarde van dit werk in oorlogs- en crisistijd. En aan de verhalen die spreken over de heldendaden van haar verre voorgangers in de Tweede Wereldoorlog. Tien helpers van het Rode Kruis vonden tijdens hun hulpwerkzaamheden de dood op de Merwede. Ook zij krijgen op onze gedenksteen een naam en een gezicht.

“Ik was erbij”, dat kunnen sommigen in onze gemeente Sliedrecht nog steeds zeggen. Zij kunnen hun persoonlijke verhalen met ons delen. Dat geldt ook voor de veteranen die vandaag door hun aanwezigheid tot uitdrukking brengen hoe bijzonder het is, dat er Nederlandse soldaten zijn die hun leven hebben gewaagd en helaas soms ook hebben gegeven voor onze vrede en veiligheid. In hun aanwezigheid krijgen al deze dappere militairen ook een naam en een gezicht.

Beste Sliedrechters,

Door al deze verhalen, monumenten en herdenkingen blijven de Sliedrechtse oorlogsslachtoffers in onze herinnering. Zo blijven zij, ondanks het verstrijken van de jaren, ons heel nabij.

Juist ook vandaag op deze vierde mei. Met dank aan de Stichting Comité 4 en 5 mei Sliedrecht herdenken wij vandaag alle Sliedrechtse oorlogsgetroffenen. Ongeacht hun achtergrond, hun daden en soms ook ingewikkelde onderlinge verhoudingen. Ieder verhaal mag er zijn. Ieder van hen stierf in het verlangen naar vrede en vrijheid. In deze gemeenschappelijke herdenking worden zij, en wij allen, met elkaar verbonden.

En natuurlijk herdenken wij vandaag niet alleen de Sliedrechtse oorlogsslachtoffers, maar alle slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog en van de oorlogssituaties en vredesoperaties daarna.

Laten wij daarom vandaag in deze herdenking al deze slachtoffers ‘in ons hart sluiten’. Hun verhalen leven voort. Laten wij daarbij onze Sliedrechtse kinderen navolgen, die ons leren dat je door deze verhalen te lezen en te vertellen decennia en generaties later nog kunt zeggen “Ik was erbij”.

Diezelfde kinderen gunnen wij ook, dat zij niet in spanning en angst behoeven te leven. Aan ons de taak om de zo duur bevochten vrijheid niet alleen morgen te vieren, maar ook door te geven aan onze volgende generaties.

Want, vrijheid is niet vanzelfsprekend. In veel landen worden mensen nog steeds onderdrukt door een bezetter, een militair regime of een dictator. En als dat niet het geval is, ontberen veel mensen de vrijheid om te zijn wie je bent. Jezelf kunnen zijn, je kunnen ontplooien, een beroep kunnen kiezen of studeren. Onze Denker des Vaderlands noemt dat de ‘positieve vrijheid’, de vrijheid om je eigen leven vorm te geven. Ongeacht je geloof, je ras, je geaardheid of je politieke overtuiging. Iedereen mag er zijn.

Vrijheid is daarom nooit af. Vrijheid is het waard om voor te blijven strijden. In ons dorp, in ons land en wereldwijd. Vrijheid is, zelfs in vredestijd, niet een waarde die je wordt gegeven. Vrijheid is en blijft voor ons allen werk in uitvoering.

Jan de Vries, burgemeester

collage-01