Zuigmonden, die maak je voor IHC

De redding van IHC is ook goed nieuws voor de specialistische mkb-bedrijven die zwaar van de scheepsbouwer afhankelijk zijn.

Alsof er bij scheepswerf IHC iemand al weken in spanning met een vinger boven de verzendknop hing. De Sliedrechtse werf was vrijdag 1 mei nog geen paar uur gered door investeerders, klanten en de staat, of er kwamen direct per mail nieuwe aanvragen binnen bij Lasco Staalbouw. Of het bedrijf (35 werknemers) kon gaan werken aan een partij baggerpijpstukken: de buizen waarmee bijvoorbeeld zand van rivierbodems wordt opgezogen. 


Het nieuws was een opluchting”, vertelt directeur Thijs van der Vlies van Lasco telefonisch. Dat het met IHC de laatste jaren niet goed ging, was algemeen bekend – en dat was ook spannend voor zijn eigen bedrijf, dat hij runt met zijn neven en zijn oom. 
Als toeleverancier is Lasco voor ongeveer een derde van zijn omzet afhankelijk van IHC. „Ik heb best wat jongens in dienst die zich zorgen maakten, bijvoorbeeld omdat arbeidscontracten binnenkort aflopen.” Niet dat het nieuws die vrijdagmiddag uitbundig gevierd is – daar zijn Sliedrechtse mkb’ers te nuchter voor. „Mijn biertje smaakte misschien net wat lekkerder dan normaal.” 


De noodlijdende scheepsbouwer IHC overeind houden, betekent niet alleen dat de drieduizend direct betrokken werknemers worden geholpen, schreef minister Eric Wiebes (Economische Zaken en Klimaat, VVD) op 1 maart aan de Tweede Kamer. De omliggende werkgelegenheid is ook een van de redenen waarom de staat – samen met investeringsfonds HAL, baggeraar Van Oord, kranenbouwer Huisman en investeerder AVH – meebetaalt aan de unieke reddingsactie van bijna 400 miljoen euro. 

 


Door redacteur Milo van Bokkum